Familienaam Index 2.232 Vader onbekend Moeder onbekend
Zou vermeld zijn bij het huwelijk van zoon Derk.
| Huwt |
Index 2.233 Vader onbekend Moeder onbekend
Familienaam Index 2.234 Vader onbekend Moeder onbekend
De naam zou vermeld (kunnen) zijn bij het (nog niet teruggevonden) huwelijk van dochter Gerarda.
De lenen van het Huis Bergh in Gelre melden (p. 282) de helft van een goed de Hommelink in Herwen in handen van Jorden Goeriss, na opdracht,1616 Maart 16; Eva Schaep, weduwe van Jorden Goeriss, na diens dood, ten behoeve van haar onmondigen oudsten zoon Herman Goeriss (Albertt Schaep is hulder), 1621 December 5.; Johan Goris, na doode van zijn vader Herman. Alard Lippers is hulder, 1676 Januari 28; Albert Goris, na doode van zijn broeder Johan. Herman Lippert is hulder, 1705 Juli 9; ten slotte Leendert Jonckhans, na opdracht door Albert Goris, 1706 April 24.
In Herwen NG aangetroffen: Jan Goris, jm van Aart, huwt (ot) 13-6-1676 Enneke Jansen jd van Aart; Jan Goris, wedn. Jantje Fierkens huwt Pannerden (ot) 5-6-1685 Hesther Brands jd van Herwen; Jan Goris doopt 26-5-1678 zoon Derk (moeder niet vermeld); getuigen zijn Hendryk van Bolderen, Hendrijk Geubels en Thomas Sanders. Kanttekening bij de doop: ‘ex alij ignoti’.
Idem: Derk Goris, j, van Aart, huwt (ot) 17-4-1677 Jenneken Dercksen jd van Herwen; Derck Goris wedn Jenneken Dercksen huwt Aart 31-1-1680 Leuntje Kregting jd van Aart; Evert Rutgers wedn Grietje Verheye huwt Aart ot 29-6-1698 Leentje Kregting weduwe Derck Goris.
En verder ook: Jan Hendriksen jm van Babbarich huwt (ot) 5-1-1678 Aart) Grietje Goris jd van Aart; Derck Buis jm van Aart huwt ot 27-5-1666 Jasper (sic) Goris jd ook van Aart.
Nog gesignaleerd in index DTB Gendt/Hulhuizen RK: Godefridus Goris, doopvader in 1684; Jacobus Goris, getuige 1687-90.
ORA Didam (0143 inv 122) meldt een peinding door de schout Van Kerckwijck tegen doctor Johan Goris aldaar; inv 206 (niet in te zien) een proces van A. Goris tegen van Kerckwijck.
Beleend met Das Brughstuck, kerspel Doornenburg: 22-3-1610 Gerhardt Gorissen; 6-4-1633 en 31-3-1642 Johann Goriss, zoon van Gerhard; 8-11-1662 Wilhelm Goriss, zoon van wijlen Johann; 28-7-1674 Gerhard Goriss, onmondige zoon van wijlen Wilhelm, met voogd Hubert Brandts; 27-7-1680 Hubert Brandts na vergelijk (Doornenburg 2-6-1679) met de overige erven van Johann Goriss, grootvader van de onmondige Gerhard (Dösseler & Oediger p. 86).
| Huwt |
Familienaam Index 2.235 Vader onbekend Moeder onbekend
Hypothetisch: Theodora (Derkske) De Beijer treedt op als meter van kinderen van Gerarda in 1684 en 1687.
Familienaam Index 2.240 Vader 4.480 Moeder 4.481
Geboren Huissen dRK 26-1-1625?
| Huwt (1) |
Jantje LUYTENS
| Huwt (2) |
Familienaam Index 2.241 Vader onbekend Moeder onbekend
Overleden Huissen na jan 1693 (dan getuige bij 1120)
Familienaam Index 2.256 Vader onbekend Moeder onbekend
| Huwt |
Index 2.257 Vader onbekend Moeder onbekend
Familienaam Index 2.258 Vader onbekend Moeder onbekend
Overleden Zevenaar 1684
Voornaam is hypotetisch.
| Huwt |
Index 2.259 Vader onbekend Moeder onbekend
Overleden Zevenaar 1685
Familienaam Index 2.264 Vader onbekend Moeder onbekend
Gedoopt RK
Ook Beumers etc. Indien gehuwd in 1676 dan ruyter in de cie van Ritmr. Glinstra in Grave, weduwnaar; over eerste huwelijk niets bekend. Andere mogelijkheid: Jan Beumers, korporaal onder de kapitein baron van Wassenaar, huwt Meurs NG 13-2-1672 Margretha Smits van Creivelt (+Krefeld)
| Huwt (1) Nijmegen NG 26-11-1676 (?) |
Jacomijn WILLEMSE ?
Geboren Nijmegen
Overleden Huissen 6-9-1677 ('de vrouw van JvB')
| Huwt (2) |
Familienaam Index 2.265 Vader onbekend Moeder onbekend
Familienaam Index 2.266 Vader 4.532 Moeder 4.533
Geboren Huissen ?
Overleden Huissen
Woont 1682 aan de Karbrug
| Huwt (1) Huissen RK 30-10-1672 |
Familienaam Index 2.267 Vader 4.534 Moeder 4.535
Overleden Huissen ca. 1676
| Huwt (2) Huissen RK 9-5-1677 (?) |
Agnes Peters VERWAAYEN
Overleden Huissen ca. 1681
| Huwt (3) Huissen RK 3-10-1681 |
Anna Maria JOOSTEN
Overleden Huissen 1682
| Huwt (4) Huissen RK 26-7-1682 |
Luitje MAASSEN
Familienaam Index 2.268 Vader onbekend Moeder onbekend
Geboren voor 1625
Puur hypothetische reconstructie, mogelijk een samenvoeging van gegevens over twee (of meer) verschillende personen, vaders van de kinderen 1-6 respectievelijk 7-10. De vader van Otto Hendriks Arens zal in ieder geval Hendrick Arens hebben geheten, en het is aannemelijk dat Otto en Cornelis broers waren. De enige andere Huissense Otto, zoon van Arend Otten en Derkske Hermans (dRK Huissen 5-5-1638), zal niet de juiste Otto zijn - hij zou bij zijn eerste en enige huwelijk in 1691 dan wel erg oud zijn. Mogelijk is deze ‘oude’ Otto overigens de man van Hermke Berns, het echtpaar dat 20-6-1691 een dochter Hermina doopt (testes Derck Hendrix, Neuleke Beijers). In Hulhuizen is nog een Otto Arends gehuwd met Maria Hendriks die 18-10-1685 een dochter Johanna dopen. De doopboeken van Elst (Eymeren) en Huissen (Vicarie) starten te laat om behulpzaam te kunnen zijn.
Van de kinderen uit het (hypothetische) eerste huwelijk wordt Jan bij doop ingeschreven als Jan Hendrix, zoon van Henrick Arens van Rijckerswoert. In diezelfde jaren (1630-45) duiken in de doopboeken van Huissen enkele keren ook een Dirck, Otto (sic), Rutger, Anna en Arnolda ‘Arens van Rijckerswoert’ op - om hypothese op hypothese te stapelen: broers en zusters, allen kinderen van een Arend N. te Rijkerswoerd.
Een Hendrick Arens treedt op als doopgetuige 4-7-1678 bij Petrus, zoon van Hendrick van Ledder en Jennike Laurensse; 13-7-1680 bij Henricus, zoon van Wanner Hendricks en Jantien van de Pavert; en 9-1-1676 bij Alexandra, dochter van Hendrick Sunt en Anneke Verheijden. Dit kan de Hendrick Aerntsen zijn die 22-5-1678 trouwt met Trineke Willems (getuigen Hendrick Sluyter, Mechtilt Bloem).
| Huwt (1) voor 1647 |
Michieltje GEURTSEN
Geboren voor 1625
Overleden Huissen na 20-3-1660
Aangeduid als Michieltghe, Gieltghe, etc. etc., en veelal Guertsen gespeld. In 1657, mogelijk per ongeluk, aangeduid als Christijn Engelen.
| Huwt (2) Huissen ca. 1660 |
Index 2.269 Vader onbekend Moeder onbekend
De vermoedelijke naam is gekozen op basis van het patroon van naamgeving van de kinderen van Otto Arens.
Familienaam Index 2.270 Vader onbekend Moeder onbekend
Gedoopt RK
| Huwt (1) Groessen RK januari-juli 1658 |
Wendelina Sweers TILMANS
Overleden Groessen ca. 1665
| Huwt (2) Groessen RK 30-10-1667 |
Familienaam Index 2.271 Vader 4.542 Moeder 4.543
Gedoopt RK
Overleden Groessen ca. 1679
| Zij huwt Groessen RK 8-4-1663 |
Bernardus HULSMAN
Overleden 1665
| Huwt (3) Groessen 10-3-1680 |
Aaltje JANSEN
Familienaam Index 2.276 Vader onbekend Moeder onbekend
Overleden (als Georgius dan Zeddam)
| Huwt |
Index 2.277 Vader onbekend Moeder onbekend
| Huwt |
Familienaam Index 2.279 Vader onbekend Moeder onbekend
(mogelijk familienaam: Luigemos)
Familienaam Index 2.282 Vader onbekend Moeder onbekend
Hypothetische gezinsreconstructie: Henricus is de enige Van Rijswijck in Griethausen in die tijd.
| Huwt ca. 1668 |
Familienaam Index 2.283 Vader onbekend Moeder onbekend
Familienaam Index 2.292 Vader onbekend Moeder onbekend
| Huwt |
Index 2.293 Vader onbekend Moeder onbekend
Familienaam Index 2.294 Vader 4.588 Moeder 4.589
Geboren voor 1651
Overleden Millingen of Herwen na 1678
Kwartieren volgens bijdrage Jan Nuijten aan de Duffeltgenealogie nieuwsgroep. Waarschijnlijk moet dit zijn: zijn broer Henricus; dochter dan geboren 1691, getrouwd (zwanger) op 16-jarige leeftijd. Zie betr. Genealogie van Nuijten in Duffeltgen. NB: Evert is geboren ca. 1650; leeftijdsverschil is erg groot. Waarschijnlijk klopt die eerste generatie niet. (Van de Pavert vervalt dan)
Henricus (Henrich) Speedt, geb. voor 1639 (doopgetuige te Leuth 2.4.1657), eigenaar van een hofstede te Meer (D.), schepen te Meer en Niel (D.) (vermeld 'Gerichtsbanck Meer und Niell' o.a. 11.11.1664: Gerrit Noij transportirt an Henrich Speedt die halbscheidt von ein stuk lants: 'Am 11t 9bris hatt Gerrit Noij vor sich undt seinen erben mit handt halm und mundt vorm richteren Henrichen Rijff und zweijen scheffen nemblich Rijk Staijen und Rabeth Sehlen, auf seine halbscheidt des im kirspel Meer gelegenen stuk landes ungefehr 41/2 morgen, iedoch so gross und klein wie dasselbe im kirspell Meer mit einer seiten an Joffer von Gents erb, mit der anderen seiten an freijhrn von Bijllandts erb, mit einem ende an h Dr Moetzfelts erb, mit dem anderen ende an Derrik Utzelmans erb gelegen, so Peter Bless und Gerrit Noij beijde zur halbscheidt haben, gleich wie in dem vorgezeigten auftrachts brief, worauf dieses prothocollirt benennet, renunciirt und dieselbe an Henrichen Speedt und dessen erben ubergetragen, und hat der h richter obglt: ihme Henrichen Speedt und dessen erben selbiges land zu besitzen und zu gebrauchen eingegeben, und haben beijde itzige einhabere umb den originalen auftrachts brief das lossgezogen, so ist Petern Bless das original gefallen, Henrichen Speedt aber ist eine gleichlautende copeij zu gestelt), overl. na 13.4.1699, tr. Lissbeth Speedt.
Uit dit huwelijk: Bartjen Speet, geb. voor 19.7.1681.
Vergelijk ook Gerechtsprotocol Mehr en Niel (133) 19.7.1681, Henrich Speet und vormunder tragen Drn: Portzen den Botter kampf auf, Am 19 julij in Meer coram loco tenente Jan Bernts et schab: Rutt Braam und Werner Noij, seindt erschienen Henrich Speedt vor sich und sein mit Lissbeth Speedt gezieltes tochterlein Bartjen, in bejwesen und bewilligung glts tochterlein ohmen blutsverwanten alss vormünder benentlich Jacob Moors und Derrik Speedt, und haben also an handen des h richters zum erblichen behuef h Doctoris Arnolt Herman von der Portzen cedirt undt aufgetragen einen alhir gelegenen weide kampf den Botten kamp gnt: ungefehr zu 2 morgen 400 rhuten gross iedoch so gross und klein denselbe mit einem ende der Goischen strass mit dem anderen ende der wittiben Schardii mit einer seiten Jr. Garnir, mit der anderen seiten des h land rentmeisters Moetzfelts und des stiffts Bedtburs erb gelegen vor freij allodial flochländisch unbeschwert erb und haben darauf verziegen.
| Huwt Herwen NG 12-10-1675 |
Familienaam Index 2.295 Vader 4.590 Moeder 4.591
Geboren Herwen voor 1659
Overleden na 1681
Kwartieren volgens bijdrage Jan Nuijten aan de Duffeltgenealogie nieuwsgroep.
Familienaam Index 2.300 Vader 4.600 Moeder 4.601
Geboren voor 1655
Overleden voor 28-10-1694
In “Echtparen in Kranenburg van 1631 tot 1840” vermeld 1680-1694. Bij doop in 1694 aan de Galgensteeg in Kranenburg.
| Huwt voor ca. 1675 |
Familienaam Index 2.301 Vader onbekend Moeder onbekend
Familienaam Index 2.302 Vader onbekend Moeder onbekend
Geboren ca. 1655
Te Frasselt bij Kranenburg
| Huwt |
Index 2.303 Vader onbekend Moeder onbekend
Familienaam Index 2.304 Vader onbekend Moeder onbekend
Overleden Weeze na 1675
Hypothese; het kan hier deels ook om Johannes’ zoon i.p.v. vader gaan. Lijfgewinsboek Weeze, p. 115: Andries Wennekers debet per legatum Mett Gröntiens int Eigen. 1674, 8 martij 25 daler.
Idem, p. 143 een onbekend stuk land nabij de Kercken koolhoff gelegen op den Beeckacker: 1635 aengekofft 2½ mergen lants van Andries Wennekers. Vide in protocollo.
| Huwt |
Familienaam Index 2.305 Vader onbekend Moeder onbekend
Overleden Weeze voor 1675
Familienaam Index 2.308 Vader onbekend Moeder onbekend
Geboren ca. 1570
Overleden Weeze na 1643
Lijfgewinsboek Weeze, p. 94: Ao. 1636 den 24 dagh Augusti iß aen einen morgen landts erfttins aen ons kerck te Weze, geldende jarlixs een halff pont waß, mit die voorhandt behandet Jan Iserman mit die ander Gertgen Isermans, Henrick Cuipers huisvrouw und iß den morgen landts gelegen mit eener syde neven landt gehorigh in den hoff toe Broick den Wilhelm, heere to Wissen, toestendich und mit die ander sijde neven het landt in den hoff aengen Holten, gehorich mit een eindt op S. Jans Capellen landt, und anderen eindt up landt dess hofts te bruick voorschr. Uhrkundt gesworen erft kercken lathen Toniß Bussers und Jan van Bon.
Idem p. 115 (Legaten aan de kerk) Jan Valckijseren debet per obligationem Gritgen Keinen, modo Hermin Valkiser, et iam donata ecclesiae 1675, 3 februari 50 daler. 1684 den 24 april praes. Dno Judice Sußkech (?) dno pastore Joanne (van den) Bercken und den kirchmeistern Johann Braims, Herman Valckisern in der kirchen GerstCammer erschienen, und hat mit verzeigen der obligation, welche von dem vicario Scheilkens wieder geselet (?), dieser donation reweir ain bekent, dass er von sein bruder Jan Valckisern conteatiret (?).
Idem, voorblad (ongedateerd) Parcelen onder Wees: Eenen mergen lant an Smits door erfftijns iarlix 1 alt moerken. Thiess Valckijseren. Idem p. 155 (kleine renten) Thies Valckijseren uit eenen mergen lants an den Schewick gelegen een marken at 4 dut.
Idem, vermoedelijk uit 1630, p. 139 Paelingh vant waeter toebehoorende die kerck, onverdeilt sijnde mit Derick Rhemmen van Hegenraedt, gelegen bij den Steenhoeff, gegeven door Johan Falckiser, broeder vant Oratorie tot Kevelaer.
Dit water is lieffgewin aen die Slutereij Udem – modo huius Hartevelt is verstorven ende door die van Hartevelt naer getrocken, soo dat de kerck dat quit is.
| Huwt voor 1600 |
Familienaam Index 2.309 Vader onbekend Moeder onbekend
Hypothese op grond van het genoemde legaat.
Familienaam Index 2.452 Vader onbekend Moeder onbekend
Geboren Hillegom dNG
| Huwt |
Index 2.453 Vader onbekend Moeder onbekend
Familienaam Index 2.456 Vader 4.912 Moeder 4.913
Gedoopt NG Leidschendam
Overleden Leiden voor 1671
Bij huwelijk: lakenbereider aan de Boogaertsteegh, achternaam Leyenthoorn (sic). Huwelijksgetuigen: zijn oom Dirck Jans Jongedorst, haar bekende Claesgen Heyndricxdr
Op 27-4-1654 (Poorterboek f. 125) als mosselvaarder uit Leidschendam ingeburgerd onder patroniem.
| Huwt Leiden NG ot 26-4-1652 |
Familienaam Index 2.457 Vader onbekend Moeder onbekend
Geboren Woerden
Overleden Leiden
Volgens genealogie Rietkerken Sommene. Ook (bij huwelijk) Comeny. Woont Leiden (1652) Papegraft, Boomgaardsteeg (1671).
| Zij huwt (2) Leiden NG (ot) 5-3-1671 |
Jacobus Jans van DUYREN
Weduwnaar Marytje Thyssen a.d. Coenesteeg; voor zover bekend geen kinderen uit dit huwelijk
Familienaam Index 2.460 Vader 4.920 Moeder 4.921
Geboren Arnhem 1606, dNG
Begraven Rotterdam 27-5-1657
Kleermaker; bij overlijden provoost. Niet gehuwd in Rotterdam.
Pieter Pietersz Enkelaer, in 1632 (NA Rotterdam) schuldeiser is van Daem Gijsbertsz, bakker op de Meent.
ONA Rotterdam 28-12-1642: Pieter Pietersz Enckelaer, cleermaker, 36 jr, Arent Saymans, cleermaker, 35 jr, en Hendrick Muyshont, knoopmaker, 28 jr, verklaren op verzoek van Annetjen Hellegers, jongedochter, ook wonend alhier dat zij op 21 december j.l. ten huize van Gijsbrecht Heyndricxsz Starck, cleermaker, zijn geweest, waar ook ene Jan van der Heyden, commissaris van de Delffsche wagens aanwezig was, en hebben gehoord dat hij met een cleermakersdochter, die voorheen gewoond had in de kelder van het huis van doctor Bontius, een kind had gemaakt, en dat hij haar 60 gulden had gegeven om een ander het kind toe te wijzen en te laten opvoeden. Pieter Pietersz en Hendrick Muyshont verklaren dat zij Jan van der Heyden hebben horen zeggen dat zij het het kind heeft toegewezen aan ene Arien Willemsz, gewezen tolmeester van de Schans, dat de naam van de moeder Annetjen was, en dat haar vader daarna portier van de Hooftpoort is geworden, en dat hij nu is overleden.
Cornelis Enckelaer (zoon) en Grietgen Waerts zijn 9-1-1660 getuigen bij de doop van Cornelis, zoon van Pieter de Vos en Maria de Vos.
Mogelijk verwant: Francois Burghwech, weduwnaar Martijntje Enkelaer wonende Fort Frederick Heyndrick, huwt Leiden (NG ot) 23-9-1655 Magdaleentge Claesdr van de Poll wonende te Maeren.
| Huwt ca. 1630 |
Familienaam Index 2.461 Vader 4.922 Moeder 4.923
Begraven Rotterdam 29-5-1661
Familienaam Index 2.462 Vader onbekend Moeder onbekend
Overleden Voorburg na 1673
Mogelijk de Jan de Wilde, genoemd in de 200ste penning van Leiden (1674), als Kinderen en ervan Jan de Wilde, Wanthuys aan de Nieuwe Rijn, aanslag van 16-13-4. Voor eenzelfde bedrag worden ook de ervan van een Quirijn de Wilde aangeslagen.
| Huwt |
Familienaam Index 2.463 Vader onbekend Moeder onbekend
Overleden Voorburg na 1683
Familienaam Index 2.468 Vader 4.936 Moeder 4.937
Gedoopt NG Rotterdam 7-11-1619
Overleden Rotterdam 26-10-1681 b 31-10
Houtkooper; houtkoopman, 1639-63 in de Hoogstraat te Rotterdam, 1680 Lamsteeg. In Bergen op Zoom borg (?) voor apotheker Adriaen van Alphen in een schuld (NA BoZ inv nr 42 akte 84 fol 251-2).
Notarieel Archief Rotterdam: woont 1632 in Princelant, gemachigd om een schuld te incasseren. Komt samen met zijn vrouw Bette voor in een boedelinventaris uit Delfshaven 1679, als schuldenaar door een hypotheek op haar huis in de Lamsteeg, oorspronkelijk afgesloten met Harmen Jansz van den Heuvel.
| Huwt (1) Bergen op Zoom NG 3-5-1639 |
Familienaam Index 2.469 Vader 4.938 Moeder 4.939
Gedoopt NG Breda 9-5-1618
Begraven Rotterdam 27-8-1651
| Huwt (2) Rotterdam NG 20-6-1652 |
Elisabeth Jans BETTE
Geboren Breda
Overleden Rotterdam b 1-4-1663
Woont (1652) Hoogstraat. Huwelijkse voorwaarden met Bette voor notaris Gerrit van der Hout, 27-4-1652; toont op 29/4 aan zijn broer Jacob en zwager Govert van Alphen het testament met zijn eerste vrouw dd 12-3-1652. Bette, ziek te bed, testeert 24-2-1653 (op 3-4-1659 herroepen ten gunste van huwelijksvoorwaarden van 27-4-1652).
| Huwt (3) Rotterdam NG 2-10-1663 |
Pleuntje Davids van der TRUIJN
Geboren Rotterdam
Woont (1663) Melkmarkt
| Huwt (4) Ketel NG 9-6-1680 |
Arientjen Lyckatsdr BIJWECH
Begraven Rotterdam Nieuwe Kerk 13-9-1687
Weduwe in de Lomberdsteeg (1680); als Ariaentje Groenrijs begraven, woont dan Lommertstraat bij Leidse Veer.
Familienaam Index 2.470 Vader onbekend Moeder onbekend
Geboren "Ziller" of "Zitter" of Zetten
Overleden 's Gravenhage na 1664, voor 1668
Houtkooper; mandemaker. Misschien afkomstig uit Zittaert bij Oerle of, veel waarschijnlijker, Zittaart bij Meerhout in België.
| Huwt (1) 's Gravenhage NG Kloosterkerk ot 18-8-1641; huwelijk 1-9 |
Familienaam Index 2.471 Vader 4.942 Moeder 4.943
Geboren 's Gravenhage voor 1620
Overleden 's Gravenhage voor 1656
| Huwt (2) Loosduinen NG 5-6-1656 |
Jannetje VERHORST
Familienaam Index 2.476 Vader 4.952 Moeder 4.953
Geboren Woerden ca. 1605
Overleden voor 20-4-1655
Jonkheer, beleend met land van zijn (groot)vader onder Woerden 1-12-1632 (OV 1989:304), doorverkocht op 20-2-1641. Woont 1637-41 op het ouderlijk goed in Voorburg; daarna tot dusverre spoorloos.
Vermeld in het Weeskamerarchief van Woerden op het land van zijn vader in ’s Gravensloot (5:128, 3-1-1640, ten westen van het weeskind van Arien Jans) en Geestdorp (5:168, 12-10-1633 ten oosten en blijkbaar boven land van Cornelis Segerius, ten zuiden de Rijn). Verder komt hij voor in de rekening van de nalatenschap van de kinderen van Cornelis Diertens Keijser uit diens eerste en tweede huwelijk (Weeskamer 15a:22, 13-12-1638) met Hfl 60-0-0 jaarrente die Heyndrick Heyndricks van wijlen (sic) jonker Aelbrecht van den Eynde ontving op 10-5-1637 en met een obligatie van 1000 gulden plus 100 gulden rente ten laste van jonkheer Aelbert vanden Enden, voor de helft (= Hfl 550-0-0) eigendom van de weeskinderen.
NA Den Haag (188:240 30-6-1642) Heijndrick Heijndricxss te Geestdorp geeft volmacht aan Cornelis Borsman, procureur, om namens hem op te treden in zijn zaak tegen ‘eene joncren Aelbrecht van(den) Eijnde’ die hij nog ‘ongedessideert’ hangen heeft bij het Hof van Holland.
Nog onverklaard: Notarieel Archief Den Haag 548/118 (16-7-1677), ca. 10 pagina's tellende Staat van de nalatenschap van Jacob & Myntje van Vianden aan nabestaanden van vaderszijde uit Delft, gedateerd 6-2-1677; met in een glos op p.1 "Aelbregt vanden Eynde, als last en procura(ti)e hebben(de) van Jacobmyntje gysbrechts van Vianen, & nog als Vader & voogt van syne kinderen". Hij is met verschillende andere Delftenaren (!) op 10-2-1677 voor notaris van Roon in Den Haag verschenen om de erfeling te regelen. De andere verwanten: Jacobmina vander Hulst weduwe Harmannis vander Linde predicant inden Hage, Jufe Levina vandr Hulst, Petronella vander Hulst, Joaghum Jans van der Hulst, Johan Monfrans man van Cornelia vander Hulst, Joghum pieters vander Hulst, Christiaen vander Poel, mede als man van Vroulina pieters vander Hulst.
De halve leen in Popswoude bij Overschie (OV 1998:202) die Hugo van den Eynde in 1518 bezat, daarna zijn zoon Jacob II en kleinzoon Jacob III, komt in 1574 toe aan Cornelia van den Ende weduwe Dirck Christiansz van Alkemade; in 1630 is zij in handen van een andere Cornelia van den Eynde, de vrouw van Hendrik van Raaphorst, gezamenlijk met Albert van den Einde 'zijn zwager, bij dode van Jacob van den Einde, kastelein en superintendant van Woerden, ridder, haar vader'.
Diverse keren vermeld in beleningen, al dan niet met zijn zus Cornelia en zwager van Raaphorst, als zoon van Jacob, kastelein van Woerden, kleinzoon van Jacob de landsadvocaat en achterkleinzoon van Mr Hugo Jacobsz van den Eynde (OV 1989:304, 1982:242, 1987:481). In OV 1985:210 en 1986:177 ook vermeld als erfgenaam van Doedijn van der Sluys.
Zonen Willem en Philips, en Gerard Cop schoonvader van Jacob V, komen samen voor in een obligatie (Den Haag Notarieel archief 602/141) van 15-9-1671.
| Huwt circa 1635 |
Familienaam Index 2.477 Vader 4.954 Moeder 4.955
Overleden na 1676
NA Den Haag 209:223 (30-6-1655) Juffrouw Geertruijdt van der Poel, weduwe "van wijlen jonckheer Aelbrecht vanden Eynde, die Soone was van Heer Jacob vanden Eynde, Ridder, die Soone was van Heer Jacob vanden Eynde ende vrouwe Elisabet van Nieulandt", gaf opdracht voor de openbare verkoop in Sluis van eerst nu aan haar toegevallen grond: een negende kavel van 16 gemeten in het oosten van Prins Willems Polder bij Oostburg met nog 32 roeden in de dertiende kavel en een einde dijk. De verkoop vond plaats op 20-4-1655. Ze geeft nu volmacht aan (niet ingevuld) deze zaak af te handelen voor de burgemeester en schepenen van het Vrije te Sluis. De gronden komen haar toe uit de nalatenschap van de zusters Anna en Elisabet van Nieulandt. De akte was blijkbaar al snel achterhaald, zoals de volgende inschrijving toont.
NA Den Haag 209:225 (13-7-1655): Eerste comparant is Adriaen heer van der Mijle, Baccum en Blokhuijs, grave van St Anthoniepolder geseyt s'Heer Huijgenlandt en Alblas, gouverneur van stad en eiland Willemstad, etc. etc. etc., voor Cornelia vrouwe van Raephorst zijn dochter bij Agatha van Raephorst die dochter was van Cornelia van den Eynde vrouwe van Raephorst, dochter van heer Jacob vanden Eynde Ridder etc., die zoon was van heer Jacob van den Eijnde en Elisabeth van Nieulandt. Tweede comparant is Geertruid van der Poel, etc. nu ook voor andere erven dan Aelbrecht vanden Eynde, en wel Johan van Passenroode, commandant van Gorinchem, en zijn vrouw Anna van Dam, Adriaen, Anna Magrita en Catrijna van Cuijck van Meteren, Johan en Josina Elisabeth van Cuijck van Meteren, allen ervan van Jacob vanden Eynde ridder zoon van Jacob vanden Eynde en Elisabeth van Nieulandt, en Anna van Nieulandt, dochters van wijlen Mr Olivier. Het gaat nu om de verkoop van 60 gemeten land in het negende kavel, en 32 roeden plus dijk in het dertiende kavel. Weer is de naam van de gevolmachtigde niet ingevuld.
NA Den Haag 605:97 (13-6-1661): Geertruid, schuld aan heer Gillis du Lee te Den Haag van 300 gulden (looptijd drie jaar, maar al voldaan 17-11-1662)
NA Den Haag 185:227 (15-4-1662) Hendrik van Schoonenburg en Maria ... (onleesbaar) verklaren, op verzoek van heer Roelandt de Bruijs en juffrouw Barbara Willems Bruijs, dat op 19-2-1662 Geertruid van der Poel (met Hugo en 'nog een broer' van den Eynde en een verklaring van de jongste zoon) aan de Bruijsen verkocht een hofstede genaamd Uyttenbroucq in het ambacht Rijswijk in de Broeuckpolder tussen Den Hoorn en de Tolbrug voor 22000 gulden. De verkopers zijn echter tot op heden in gebreke gebleven. Navraag bij Geerruid leerde dat zij nog 3000 gulden meer vroeg, een andere koper wist, en van de verkoop afzag.
NA Den Haag 295:50 (24-4-1662) Geertruyt, met zoon Hugo als momber en Elias Miller (advocaat) als voogd over de kinderen, verklaart op 19-2-1662 verkocht te hebben aan Roelandt den Bruijs en Barbara Bruijs de hofstede Vyttenbroeck in Rijswijk voor 22.000 gulden.
NA Den Haag 321:373 (12-2-1663) Geertruid, 'van lichame te bedde leggende edoch haer verstande volcomende(?)', benoemd als voogd voor haar onmondige kinderen Jacob Pedel, advocaat.
NA Den Haag 321:375 (19-2-1663) Geertruid, sieckelijk van lichame', herroept de acte van voogdij van een week geleden, en benoemt nu Adriaen Pois, griffier bij het hof van Holland, en de heren en mrs Elias Miller en haar zoon Hugo van den Eijnden, en de laatste twee gezamenlijk als Pois zou blijken niet te willen.
NA Den Haag 480:223 (29-6-1663) Notaris Johan van Dijck en getuige Jan van der Burch hebben voor Geertruid, zich begeven 'ten huijse vanden schilder Pijl in de Borickhorstraat(?)' en van diens (Pijls) dochter ('die eerst quam') maar ook haar (Pijls) moeder afgeëist zekere grot filynde (?) signaten en alle gouden ringen die de jonkvrouwe van den Eijnde (lees: van der Poel) toekwamen, maar die buiten haar (Geertruids) weten in hun (Pijls) handen waren geraakt. Zij bieden aan een ander klein gouden ringetje als presentje. De dochter (Pijl) antwoordt dat zij nog 'sijn gout' noch haar zoon begeert, laat hem het mijne teruggeven en ik geef hem het zijne terug, en laat hem met zijn moeder hierkomen, ze heeft veel dingen gezegd 'alsoff hij hier aengehaelt was', dan horen we wel wie er gelijk of ongelijk heeft. Moeder Pijl voegt zich bij het gezelschap en toevoegde dat zij het goud niet zou teruggeven tot 'hij' teruggaf wat hun toebehoorde; we hebben de advocaat Mijtens in de arm genomen. Waarop notaris en getuige onverrichterzake vertrokken. (NB: onduidelijk is welke zoon het betreft - maar Willem was vrijwel zeker en Philips waarschijnlijk het huis al uit, en Hugo getrouwd.)
NA Den Haag 594:323 (23-2-1664) Geertruijt geeft volmacht aan Damas van Slingeland om voor haar te verschijnen voor de schepenen van (niet ingevuld) om aan te melden de verkoop van een stuk land groot 254 roeden, gemeen in een stuk land van (niet ingevuld) in het Baecxse Somerlandt, 'competerende t capittel ter groote kerck binnen dordrecht'. Zoon Hugo treedt als getuige op.
NA Den Haag 325:47 (30-4-1664) Geertruyt stelt zich borg voor 70 gulden die Jeremias Godijn, wijnkoper, aan juffrouw Maria Ve(ne?)cool schuldig is, die zij binnen 40 dagen zal betalen, waarvoor zij met voorrang zaken uit de goederen, meubelen etc. van Godijn mag kiezen.
NA Den Haag 89:345 (25-2-1667) Geertruijda, samen met zonen Hugo en Willem, advocaten, mede voor hun broeders jonkers Philips en Jacob van den Eijnde, machtigen Dammas van Slingelandt om de verkoop aan Cornelis van IJsel te regelen van hun dertigste part in de tienden van Dubbeldam.
VD Poel: regentenfamilie in Brielle; Jan Janszoon uit Brielle is in de jaren 1680 schepen en rond 1700 burgemeester van Den Haag.
Familienaam Index 2.478 Vader 4.956 Moeder 4.957
Geboren Dordrecht dNG 1-9-1623
In 1647 vaandrig in de compagnie van Johan van Dorp, jongman uit Dordrecht. Omstreeks 1669 kapitein in het Staatse leger te Retranchement. Gerard treedt ook verschillende malen op in notariële actes in Den Haag met zijn scoonzoons broer Mr Willem van den Eynde.
| Huwt Zaltbommel NG 9-5-1647 |
Familienaam Index 2.479 Vader 4.958 Moeder 4.959
Geboren Zaltbommel dNG 25-5-1626
Familienaam Index 2.480 Vader onbekend Moeder onbekend
Mogelijk begraven Rotterdam 21-6-1648, 24-1-1649, 2-7-1662 (Clapman van beroep), 4-5-1678 (Schotse Kerk, Botersloot) of 19-3-1682 (Achter ’t Klooster)
| Huwt Rotterdam NG (ot Overschie) 25-9-1633 |
Familienaam Index 2.481 Vader onbekend Moeder onbekend
Mogelijk begraven Rotterdam 16-3-1664 (weduwe) of 27-6-1673 (2.5 uur overluid, Nieuwe Haven); tenzij Mathijs hertrouwd is.
| Huwt waarschijnlijk (2) na 1643 |
Aeltje MATHIJSSE
Uit dit huwelijk waarschijnlijk ook kinderen.
Familienaam Index 2.482 Vader 4.964 Moeder 4.965
Geboren ca. 1601
Overleden Rotterdam b1321679
Kleermaker. Bij overlijden wedr van Lijssebet Reijnnijerts. Trouwt als Dirick Franssoon.
| Huwt (1) Rotterdam NG 28-6-1626 |
Familienaam Index 2.483 Vader onbekend Moeder onbekend
Geboren ca. 1604
Overleden Rotterdam na 1647, voor 12-1-1652
Trouwt als Lisbet Reniers. GARotterdam Weesk 438/431432, 1211652: Lijsbeth Reijniers, de vrouw van Dirck Franss kleermaker, is overleden. Geordonneerde voogden over de weeskinderen: Jan Pieterse schoenlapper en Steven Stevens backer.
GAR ONA 208, akte 168, blz 296, nots Jacob Duyfhuyzen, 2131647: Dirck of Dyerck Frans, cleermaker, 46 jaar, en zijn vrouw Lijsbet Reyniers, 43 jaar, wonend buiten de Goutsepoort aan de Statscingel, leggen een verklaring af op verzoek van Jan Pieters Moliers, lakencoper.Zij hebben 22 jaar geleden in het achterhuis van wijlen Laurens Andriesz, goutsmit, gewoond gedurende zeven jaar. Het voorhuis staat aan de Hoochstraet en wordt genoemd 'Den Witten Hont metten Swarten'. Het achterhuis staat aan het Steyger. Zij verklaren dat de afvoer van het water door een goot naast de muur van Vranck Claesz Crooswijck naar de haven is gevoerd. Belendingen van het huis aan de Hoochstraet: ten oosten: Hans van Nes, bode van de admiraliteyt; ten westen: Vranck Claesz Crooswijck. (Bron Clara de Heer (e-mail).)
Familienaam Index 2.484 Vader 4.968 Moeder 4.969
Mogelijk de Cornelis Wouters Verduyn in Charlois, getaxeerd op een vermogen van 5000 gulden (OV 1996: 452, 200e penning Charlois 1644)
| Huwt |
Familienaam Index 2.485 Vader onbekend Moeder onbekend
Familienaam Index 2.486 Vader onbekend Moeder onbekend
Mogelijk de Abraham Huyberts te Wesel die 35 gulden schuldig is aan de boedel van Willem van der Mast en wijlen Mechteld Ariens (+28-12-1676; Weeskamer Rotterdam 466/647 dd 13-8-1678)
| Huwt |
Familienaam Index 2.487 Vader onbekend Moeder onbekend
Overleden Rotterdam (Armenhuis) 14-3-1721
Mogelijk de Stijntje Abrahams die 2 gulden en 13 (of 14?) stuivers ontvangt wegens geleverde brandewijn ‘en meer’ uit de boedel van Geertijn Gijse (+26-1-1684; Wweeskamer Rotterdam 472/436)
| Zij huwt mogelijk (1) Rotterdam NG 17-5-1661 |
Hendrick GIJSBRECHTSE
Weduwnaar Marijtje Teunes; hij en Stijntje komen van Rotterdam maar wonen in 1661 in Oostende.
Een alternatief is dat Abraham identiek is met Abraham Robbertse, die met Stijntje Abrahams kinderen (NG) doopt: Robbert (14-1-1651, testes Jacques de Gastines, Grietje Tomas); snel daarna Maertge (10-4-1651, testes Jacob Jacobse, Marijtge Jans, Marijtge Joosephs); Lijsbet (14-5-1660, getuige Helena N.); Margriet (24-4-1661, testes Dorothe Aerts, Marij Isaacks, Eduard Eduardsse, Jan Voorman, vader heet Abraham Jaquelijn).
Familienaam Index 2.492 Vader onbekend Moeder onbekend
Overleden voor 1727
Hypothetische reconstructie
ONA Rotterdam (13-12-1727): Helena Jans Passers, ongehuwd, wonende in de watersteeg uitkomende op de Blaak, maakt haar testament. Er zijn legaten aan Clara van der Noot, weduwe van haar broer Jan Jansz Passers (50 gulden en een paar gouden stiftjes); aan haar nicht Clara Harrivan (een gouden ring met grove stenen), haar nicht Johanna Harrivan (zakbijbeltje met zilveren sloten, bloedkoralen ketting met gouden kapittelstokje eraan) en haar nicht Jannetje Passers (een paar gouden belletjes met zeven grove steentjes). Voor de rest zijn elk voor de helft erven haar nichten Maria Passers, huisvrouw van sr Simon Harrivan, en de voornoemde nicht Janntje Passers. Simon Harrivan, aangetrouwde neef, is voogd van haar (fictieve) kinderen. Ze tekent met een kruisje.
Door het vage gebruik van de term nicht (ook voor achternicht) laat dit testament twee reconstructies van de familie Passers toe: een waarin Jan Jans vader is van Jannigje en Maria Passers (twee legaten gaan dan aan achternichten), en een waarin Maria Passers dochter is van een niet vermelde broer van Jan Jans en Helena Jans. Aangezien dat Maria een achternicht zou maken (die toch een aan Jannigje gelijke portie erft) en aangezien de chronologie dan zou wringen, kies ik vooralsnog voor de eerste reconstructie. Helaas biedt de DTB van Rotterdam geen enkele hulp.
| Huwt voor 1670 |
Index 2.493 Vader onbekend Moeder onbekend
Overleden voor 1727
Familienaam Index 2.494 Vader onbekend Moeder onbekend
Geboren Breda (vermoedelijk) 1622
Overleden voor 1686
Woont bij huwelijk Jannetje in 1679 Vissersdijk.
ONA Rotterdam 154/22 (3-3-1648): Jan Claesz van der Noot, bakker 26 jaar oud, bejaard j.m. machtigt Gerrit Claesz de Gruyter te Breda om voor de magistraten aldaar in eigendom over te dragen het huis op de Markt naast 'den Nobel', dat hij aan Johannis van de Werck verkocht heeft.
Idem 154/211 (9-4-1649): Jan Claesz van der Noot, bejaard j.m., en Marijtge Jans maken huwelijkse voorwaarden. Na zijn dood zal zij 1000 gld moeten uitkeren aan Cornelia Marcusdr van Hal. (NB: Cornelia Wilhelmina van Hal is de tweede vrouw van Gerardus Nicolaes de Gruijter, Jan van der Noots voogd)
NA Breda (97 fol 6 dd 23-3-1649) Jan Claessen van der Noot verklaart dat Geeraert Claessen de Gruijter als zijn gewezen voogd overal rekenschap van heeft afgelegd en hem nog 250 gulden schuldig is.
Mogelijk gehuwd Overschie 19-9-1649 als Jan Claessen van Berckhout te Schieveen met Marijtgen Jans jd van Naaldwijk
| Huwt |
Familienaam Index 2.495 Vader onbekend Moeder onbekend
Overleden Rotterdam b22-4-1686
1652: Maria Jans Lena. Laat bij overlijden een minderjarig kind (vermoedelijk Caterijn) en twee meerderjarige kinderen na. Martvechter (?) wonend over de Stam van Nasou aan de Vissersdijk.
Familienaam Index 2.520 Vader onbekend Moeder onbekend
Overleden Nijmegen, vermoedelijk voor 1694
Kinderen vermeld in het testament van zijn zwager Jan Peters (ORA Nijmegen 1892 fol. 159, 28-9-1694), waarin deze als jongman, ziek, zijn bezit nalaat in gelijke delen aan zijn twee neven en nicht. Een bedrag van 25 gulden, afgehouden van de gehele erfenis, wordt vooraf aan Hendrik van Sevenum toegedeeld 'vermits sijne indispositie en onbequaemheijt om sijn cost te winnen'. Het drietal moet bovendien zes gulden uit de erfenis geven aan ieder van Jan Peters' 'andere vrinden' (of ...rinden ?).
Waarschijnlijk een neef van Willem Peters van Sevenum, gehuwd Nijmegen NG 6-12-1658 met Anna Barents.
Zoeklicht Zonder Grenzen vermeldt in 1693 een Peter van Sevenum onder de inwoners van Heumen, en een Gerrit van Sevenum in 1654; deze duikt ook op in de Nijmeegse Verponding van 1659 (Zoeklicht op Zilver). Een Hendrik van Sevener is boekverkoper in Nijmegen in 1558-80.
In het ORA Nijmegen komt ca. 1620 een Jan Jansen van Sevenum voor, en (ORA 1867 fol 196v) op 8-7-1597 Lijsbeth van Holtmoelen en Jan Leesten van Sevenum, echtpaar, die elkaar lijftochten.
| Huwt voor 1660 |
Familienaam Index 2.521 Vader onbekend Moeder onbekend
Overleden Nijmegen, vermoedelijk voor 1694
Zus van Jan Peters (+Nijmegen, vermoedelijk 1694)
Familienaam Index 2.584 Vader 5.168 Moeder 5.169
Vermeld als grootvader van Hendrina Heiltjes bij huwelijk in 1734 met Wilhelmus Sanders (afstammingstabel bij dispensatie wegens verwantschap in de 4e graad). Let op: niet verwarren met Hendrik, schepen te Millingen en Zeeland.
Schepenprotocol Leuth: 15-5-1668, am 15 Maij in Kekerdom coram D: judice et Jan von Oij undt Evert Croes hat Claes von Apshaven ein sehstentheil von einer hofstede, undt Willemken Hessen wittibe Sanders auch ein sechstentheil von dieser hofsteede wie auch das gantze hauss, wie dieselbe alhir an einem endt Jan Hendrich, am anderen end der gemeinen strass, mit einer seit neben Henrich Arndts, mit anderer seiten neben Gijss Sonnendach erb gelegen cedirt undt aufgetragen zum erblichen behuef Barthen Hess hiesigen scheffen vor freij eigen erb, aussgenommen der auss der gantzen hofstatt iharlichs an Henrich Arndts zu erbpfacht bezahlet werd muss acht dhlr 81/2 st:
Idem: 31.5.1667,
(1) der richter trägt Henrich Arnts eine hofstatt auf, Am 31 maij in Kekerdom coram schabinis Evert Croes und Jan Holteman hat der edtler h Henrich Rijff richter hirselbst die am 10 Jan: jungsthien vor die churf: schatzung gerichtlich verkaufte hoffsteij worauf Gerrit Scholten wohnet mit einem enden den bandeich, mit den anderen end an die weferstrass mit einer seiten an Evert Croesen hofsteij an anderer seiten an Annen Euens und Herman Floren hoffsteij gelegen, alles mehreen inhalts daruber aufgerichteter vorwarden cedirt und aufgetragen zum erblichen behuef Henrichen Arnts iedoch vorbehaltlich des landesfursten und ieder menniglich seines daran habenden rechtens.
(2) Henrich Arnts verkauft eine hofstatt, Eodem anno et die hatt Henrich Arnts coram h richtern Rijff und scheffen Evert Croes und Johan Holteman, nachdeme er die pfenningen der hoffstat auch bezahlt oder er die vorwarden annoch nicht vollzogen, diese hoffstatt zum burge gestellet, darbeij angelobent zu iederzeit, wan der h richter ihme forderen wirt die vorwarden vollkomentlichen gnugen zu leisten, gestalt er hiermit dar vor caviret.
(3) Henrich Arnts cedirt Anna Ewens eine hofstat, Eodem dato hat Henrich Arnts coram domino judice Rijff und schoffen Evert Croes und Johan Holteman obglte: hofstatt cedirt und aufgetragen zum erblichen behuef Annen Ewens, iedoch mit vorbehalt des landesfursten und ieder menniglich seines daran habenden rechtens.
(4) der richter trägt Henrich Arnts eine hofstatt auf,
Eodem coram schab: Evert Croes und Johan Holteman hat der h richter Henrich Rijff der am 10 jan: jungsthien vor die churf: schatzung gerichtlich gekaufte hofsteij; worauf Herman Flor wohnt, mit einem end an den bandeich, mit dem anderen end Annen Ewens hofsteij mit einer seit Henrich Arnts hoffsteij, angesehn dieselbe dreij eckig alles mehrere inhalts der daruber aufgerichteter vorwarden cedirt und aufgetragen zum erblichen behuef Henrich Arnts vorbehaltlich des landesfurst und ieder man niglich seines daran habend guts rechtens.
(5) Henrich Arnts appromitirt den vorward ein gnug zu leisten, Eod: hat Henrich Arnts nachdeme er die vorwarden amcoch richt volln zogen an dem h richter promittiert auch diese hoffstatt dar vor zu burg gestellet, dass er zu allen zeiten auf gesinnen des richters kommen und die vorwarden gnug thun will.
(6) Henrich Arnts tragt Jan de Wahl eine hofstat auf, Eodem hat Henrich Arnts diese hofstatt worauf Herman Florn wohnet an Jan de Wahl cedirt und aufgetragen alles wie oben cleusulirt.
(7) Anna Ewens verzucht Henrich Arnts zu contentiren, Eod: hatt Anna Euens coram schab: supra scriptis promittiert nachdeme sie Henrich Arnts wegen dieser hofstatt annochnicht contentirt, dass sie innerhalb dreij wochen zeit ihme gnug thun will.
(8) Jan de Wahl verspricht Henrich Arnts zu sullen contentiren, Eod: hat Jan de Wahl angelobt, nachdeme er Henrich Arnts wegen dieser hofstatt annoch nicht contentirt, dass er ihn innerhalb monatsfrist befriedigen solle und wolle.
Idem 14-11-1664
(1) Jan Janssen verspricht Henrich Arnts zu bezahlen, Am 14 9bris hat Jan Janssen scholt zu Kekerdom, an dem h richter Henrich Rijff stipulata manu promittirt, dass er Henrichen Arnts wegen des weide pfachts von die langeacker innerhalb 2 monath bezahlen wolle, beij mis zahlungsfall soll Henrich Arnts ihn darfur mögen executiren.
(2) Henrich Arnts alss vollmachtiger van Lobith fordert rechnung, Eodem hat Henrich Arnts zu Kekerdom sich zum bevolmachtigter der kints kinderen von Barth von Lobith stark gemagt, und seine güter darvor zu burg gestellet, umb von Jan Holteman und Evert Croes wegen seiner weide so er von obgemltn kindern gekauft hatt mehrgemlte kinder wegen rechnung und reliqua zu leisten forderen und solches sub beneficio inventarij, und ist darauf ihn Henrichen Arnts in beijwesen des h richters und zweij schoffen, nemblich Henrich Verwaijen und Jan von Oij die rechnungen und quitungen vergewiesen da sich befunden dass Jan Holterman 230 gl 2 st vor obgmltn kindern bezahlt habe, wogegen er Henrich Arnts nichts einbracht sondern dieselbe angecoemen, aber eine sichern obligation von 400 gl. hatt er noch in disput ziehen wollen, welche hernacher bester gestalt bewiesen worden hevet.
| Huwt ca. 1650 |
Index 2.585 Vader onbekend Moeder onbekend
Mogelijk Geesken Francken; in dat geval zou Hendrik identiek zijn met de Hendrik Arnts, schepen van Millingen, verwikkeld in verschillende processen in 1659-1662 (RA Millingen 185/10: 4-2-1659, 21-9-1659, 23-6-1662). Schepenprotocol Halt: 29.9.1688, Ao 1688 den 29ten septembris coram Dno Judice Joanne van der Marck, et scabinis Jacob Möers und Jeliss Vierkens in form des gerichts persönlich erschienen Geessken Francken, nachgelassene wittib Henrichen Arnts, und hat also erscheinendt an händen wollglt her richters zu erblichen behueff Henrichen Stoffels, ihre im kirsspel Keeken mit dem einen ende ahn die gemeine straess, mit dem anderen ende gleichfalss an die gemeine straess schiessendes, und mit einer seithen negst glr Geessken Francken hoffstatt, und mit der anderen seithen negst den Fuhstuhl gelegenes stuck bawlandes, ungefehr 11/2 morgen gross, wavon ungefehr 1 morgen negst comparentinnen landt zehendt freij, fur ein eigen allodial, auch schatz= und deichfreijes erb, so wie selbiges alda in seine vohr und palung erfindtlich, und von Johan undt Henrichen Arnts vorhin gebraucht werden, cedirt und aufgetragen, und daruff mit handt, halm und gichtigem mundt verziehen, und gab solchem nach wollglr her richter uff anweisen der scheffen gemeltem Henrichen Stoffels oberwehntes stuck landes, gestalt selbiges erblich zu haben, zu behalten, zu besitzen und zu gebrauchen, vorbehältlich jedermänniglich sein darahn habendes vorrecht.
Familienaam Index 2.586 Vader 5.172 Moeder 5.173
Overleden tussen 12-1-1678 en 23-8-1678
In Leuth 19-11-1654 doopgetuige met Theodora van Hall van Henricus, zoon van Cornelius Valcks en Joana Wellens. In 1670 armmeester van Leuth.
Gerechtsprotocol Leuth:
27) 13.11.1664, Jan Janssen verspricht Henrich Verburg zu wollen bezahlen, Am 13 9 bris hat Jan Janssen scholt zu Kekerdom an h richtern promittirt dass er Henrich Verborg fragen seiner forderung ad 27½ rxthlr mit 5 ggl: angekundigter brüchten inner halb 14 tagen contentiren, und befriedigen wolle, beij mis zahlungs fall aber Henrich Verburg iss Jan Janssen darfur wurklich und gan executiren.
34) 9.4.1665, Henrich Verburg thut arrest auf Mauritz Janssens kaetstatt,
Am 9 Aprilis hatt Henrich Verburg vor dem h statthalteren Henrich Verwaijen einen arrest gethan auf Mauritz Janssens kaetstede welche zu Loot gelegen, worauf Till Martens wohnet wegen einer praetension, so er vermög rechnung an Mauritz janssen hatt d. 23 Aprilis hatt Henrich Verburg die jura zahlt und den 25 t arrest gethan.
40) 21.10.1665, Henrich Arnts alss vollmachtiger von Lobith trägt Evert Croes 1/3 theil vom langacker auf und Evert Croes die langaker wieder geheel an Henrich Verburg und Jan von Stein,
Am 21 8bris 1665 coram Jan von Benthum und Barth Hess zu Kekerdom, hat Henrich Arnts als bevollmachtigter der kints kinderen van Barth von Lobith an Evert Croes cedirt und aufgetragen ein dritzen theil einer weide unter dem kirspel Kekerdom gelegen den langeacker gnt: an einem endt auf den bandick, am anderen end auf Gijss Sondags erb, mit einer seiten neben der kirchen land, und anderen seiten neben h Haesen lange ackers gelegen, und alss dieses geshehen, uber trug cedirte und transportirte gltn Evert Croes diese obglte: gantze weide an Henrichen Verburg und Jan von Stein beijden zur halbscheidt ewig und erblich, wie dan glte: Evert Croes zur warburg stellete seine zu Kekerdom gegen den Ruijen uber gelegene hofstatt.
46) 1.6.1666, Erbge von Eijkell tragen Gerrit Arnts eine hoffstat auf, Am 1 junij 1666 in Kekerdom coram Dno judice Henrich Rijff et schabinis Evert Croes und Jan von Benthum haben die erbge: von shl: Johan Eijkelen, benentlich Jorgen von Eijkell, bruder des shl abgelebten Jan von Eijkell, Reinir Janssen und Adam Arnts beijde geshwäger, und Henrich Eijkell alss Jan von Eijkell burders sohn, und Neeltjen Classen alss mutter, mit cavirend vor de unmündige kindern von Craan Eijkelen, und haben als freijwillig anhanden des h richters zum erblichen behuef Gerhardten Arnts und dessen hausfrau Gerritjen von Kerkhof cedirt und ubergetragen ein stuk lants gnt: Liss kens weng an einen ende op die Reulingsche strass, am anderen end neben h Lamers erb, an einer seiten neest Gerrit Arnts erb, und an anderer seiten nebest Henrich von Kolk und Henrich Verborgs erb gelegen, wie auch ein stuk landes Ahltjen Eijkelens hofsteij mergen die wilg gnt: an einer seiten Jan von Hals ereb an anderen seiten Henrich von Kolks erb, an einem und Henrich Verborgs erb am anderen und h Lamers erb die Winningen gnt: alss freij allodial unbeshwert erb ausgenommenden den zehenden, wie auch diek und wetering ferners inhalts der vorwarden, und haben die sambtliche erbge: Jan von Eijkelens hierselbst gelegene hofstaett zur warburg gestellet.
58) 18.10.1667, Am 18 8bris in Loet coram Dno jud: h. Rijff et schab: Evert Croes und Henrich Verwaijen hat Rein Janssen cedirt und aufgetragen zum erblichen behuef Henrichen Verburg eine hirselbst gelegene hofsteij, so er von Mauritz Janssen geerbet ostwerts frijherren von Wachtendonk und der vicari von Millingen, west seit des richters Herwarden von Huissen erb, noordt seit Pastor von Loot und der gemeinen strass gelegen, vor freij allodial unbeshwert erb.
59) 18.10.1667,Eodem anno et die coram itzgltn richter und schoffen haben die erbge. Jan Eijkelen benentlich Jorgen Eijkell alss momber undt Rein Janssen alss eigener und momber der unmundigen kinder von Craan Eijkell, und Adam Artzen cedirt undt aufgetragen, zum erblichen behuef Henrichen Verburgs dreij vierten theil einer hirselbst gelegener hofsteij Oost undt sudt seit der gemeinen strass, noordt und westseits des Capittulh von Cranenburgs erb, sampt darbeij gehörigen also genanten Schelenkampgen, noortseit neben h Vinceler zu Arnheim, Oost, Sudt, und westseit der gemeinen strass.
60) 18.10.1667, Dito coram h richter undt schoffen obglt hat Jan von Hall cedirt undt aufgetragen zum erblichen behuef Henrichen Verburgs ein stuk landes alhir gelegen die acht hundt gnt. Oost= Sudt= und westseit des Capittulh von Cranenburg und noort seit der gemeinen strass und gltn Capittulh von Cranenburg erb gelegen, vor freij allodial unbeshwert erb, aussgenommen des h zehend.
61) 12.12.1667, Eodem Anno am 12. Decembris coram statthalteren Henrich Verwaijen undt Jan von Benthum und Barth Hess hatt Evert Croes zu Kekerdom shuldig zu sein bekant und verschrieben, an dem ehrenvesten Johan Willemsen Kaack, burgern zu Nimwegen dreijhundert reichsthaler capital und hat darbeij angelobt selbige 300 rxthlr jharlichs mit funf zehen rxthlr zu verpensioniren biss zur ablöse, welche ein viertheil jhars zuforn verkundiget werd solle, beij misszahlungs fall haben so wohl vor das capital alss interesse Henrich Verburg und Rutt Croes, alle ihre gereide und ungereide itzige und kunfftige erb undt gutere zu burge gestellet, gestalt nachglts Johan Willemsen Kaacks belieben, so wohl burgen alss principal und ein vorall so vor capital alss interesse zu mögen executiren, hergegen hat Evert Croes gltn burgen seine hirselbst an die weferstrass gelegenes hauss undt hofsteij sampt alle seine haub und guter zur warburg gestellet.
68) 5.12.1668, Eodem anno et die coram D: judice et Jan von Benthum qui refert an Henrich Verwaijen hatt Willem von Bercheren an Henrich Verborg stipuluta manu promittiret dass er diejenige funf kuhe, so in diesem sommer Thomas von d Boss von Derrick von Bercheren gekauft undt er Willem von Bercheren abgefolet hatt, an Henrich Verburg bezahlen wolle, hergegen Henrich Verburg an Derrick von Bercheren vor gemelte gelter und kaufpfenningen burg word.
67) 5.12.1668, Eodem anno am 5 t xbris coram D: Judici Henrich Rijff et scabinis Jan von Benthum und Henrich Verwaijen, seindt ershienen der itzige pastor zu Loot h Sijmon Florinis; wie auch Henrich Verburg undt haben alss freijwillig an eijdes statt er klahret, dass sie vor ungefehr 2½ ihar beij Evert Maes zu Siffelich alss erbge h Johannis Maes, gewesenen pastoris zu Siffelich und Loot geshiket wahren und das jenige capital so gltn Johannes Maes beij Gort Falcks stehende gehabt und hiesigen armen zu Loot verehret hatte abzuforderen dese Evert Maes ihnen geantwortet, es wahre ihme wohl bekant, und wolte die gelter entrichten.
68) 5.12.1668, Eodem anno et die coram D: judice et Jan von Benthum qui refert an Henrich Verwaijen hatt Willem von Bercheren an Henrich Verborg stipuluta manu promittiret dass er diejenige funf kuhe, so in diesem sommer Thomas von d Boss von Derrick von Bercheren gekauft undt er Willem von Bercheren abgefolet hatt, an Henrich Verburg bezahlen wolle, hergegen Henrich Verburg an Derrick von Bercheren vor gemelte gelter und kaufpfenningen burg word.
71) 19.2.1669, Eodem anno am 19 Febr: zu Loot coram me et schabinis Jan von Benthum undt Henrich Verwaijen, hatt Henrich Verborg vor sich und alss momber der unmundige kinder von Andries Brans gerichtliche possessionem genommen an Rutt Gerrits hoffsteij sampt der zu gehörigen land, mit (obbenhunguringer) zweijgen von baumen auch nahmens einiger erdt, und einkaufe mit offen und zu machen der thur, auf= wiedershatzung des fals undt wass sonst zu apprahension miet gerichtlichen possession von osten.
72) 18.5.1669, Eod: ao am 18 t Maij in Loot coram D: judice Henrich Rijff et me secret: hat die wittib von Jan van Eijkell Naleken Klaessen mit zu ziehung ihrer mit Jan Craan von Eijkell gezeugten kinder vormunder benentlich Jorgen Eijkell undt Meus Janssen, bekant, welcher gestalt dieselbe von Henrich Verburg empfangen hatten zu bezahlung einer zu Genth vor bemelten kinderen gekaufften baumgarten, krafft daruber am 7/17 Julij des verweisenen 1668 t jhars gemachter kaufzettull die summam von 90 gl: holl: und haben oglte wittib und vormundere Henrich Verburg uber glten sum der 90 gl quitirt und sich der bezahlung selber bedancket, auch angelobt ihme dieser wegen zu allen zeiten in guarandiren, darbeij obgltn wittib angelobt die kaufzettul und auftragt von obgltn baumgarten an den vormunder Jorgen Eijkell zu behuef den kinder zu behendigen, stellend so wohlgltn wittib alss vormundere alle ihre haub und guter itzige und kunfftige der vor zu burg, und wurde dieses protocollum von richter wittib und vormund unter shrieben.
76) 27.10.1670, Eodem anno am 27 8bris in Loot coram schabinis Henrich Verwaijen und Jan von Benthum seindt kommen und ershienen der wohl ehrwurdiger und hochgelehter h Sijmon Floranus pastor in Loot, wie auch Henrich Verburg alss provisor der armen daselbst und haben bekant welcher gestalt sie anhante von Henrich und Weijer von Kolck empfangen hatten die jenige 25 gulden Clevish welche Linss von Kolck shl: wie auch diejenige 25 gulden Clevish welche dessen haussfrau Elisabeth Ewers der armen daselbst vor dem absterben legirt und vermacht hatten, bedanckten sich als obgltn h Pastor und provisor deswegen guter entrichtung.
93) 24.4.1675, Henrich Verwaijen und seine frau testiren, Am 24 April praes. D. Jud: Dre Rijff et schab: Jan von Oij, (Henrich Verwaijen doorgehaald), Jan Holteman, Rutt Croes, Gort Kirssellman, Henrich Verburg und Henrich Stepp ershienen beijgespannener banck Henrich Verwaijen mit scheffen und dessen haussfrau Henrica Moors und geben zu erkennen (…)
99) 12.1.1678, die vormunder von Henrich von Kolks kind trag Gerrit Ardts ein stuk landts auf,
Am 12 januarij in Kekerdom coram Dns judice Dre Rijff et schabinis Henrich Verwaijen und Gort Kirselman, seindt kommen die von diesem gerichts gestelte vormundere der von Henrich von Kolck shl: mit Judith Sprunk geziehlter kinder, alss Henrich, Wilhelm, Walrafen, Jan, Willemken, Gerritjen, Erntjen undt Elisabeth, benentlich Jan und Henrich von Kolk gebrudere und haben alss mit zu ziehung obgltn kinder mutter Judith Sprunk an hand des h richters zum erblichen behuef Gerritzen Arnts cedirt und aufgetragen ein stuk landes unter Loot die wenge gnt alss frej erb aussgenommen den zehenden, zu ungefehr einen morgen gross, iedoch so gross undt klein dasselbe mit einer seiten Gerridten Arndts und h landt rentmeistern Goor, mit einem ende Henrichen Verburg, mit dem anderen ende Vincelers und Lamers erb gelegen und haben darauf verziegen, stellend proevictione die halbsheidt von radtssen kamp, spikhöfell und Sackkampgen.
105) 14.9.1678, Wittib Florentz Hachten bekennet Wolter Korwinkel 500 Rx shuldig,
Am 14 7bris in Niel coram D: judice et Schab: der gerichtsbank Kekerdom und Loot Jan Holterman und Gort Kirsselman ist ershienen Joffer Beatrix Boxstart wittib shl: Florentz Hachten mit ihren hier zu erkohren und zu gelassenen momber he Rejnir Temmink ihr schon sohn und bekante von Wolter Korwinkel creditirt undt aufgenommen zu haben die summa von funfhundert reichsthlr welche in guten harten silbernen ducatonnen empfang hatte, versprach dieselbe von nun an jharlichs mit 5 vom hundert zu verpensioniren biss zur ablöse dern aufkundigung ein viertheil jhar vom vershams tag bejden theilen zu thun freijstehen, und die ablöse ingleichen ducatonnen nach holl: wehrung geshehen, und ihr die zwej erste terminen mit 200 rxthlr und die letzte mit 100 rxthlr zu thun frej haben solle, stellend pro hijpotheca ihre gereide und ungereide güter in specie ihre weide zu Spaldrop gelegen gross ungefehr 22 morgen, welche itztgltn Korwinkel Rutt Croes und wittib Verburg in pfachtung haben, mit diesem bedinge, dass dafern mehr gltn Corwinkell der pfachtung halber mit ihr hier nagst nicht einich werd könte, er die weide so lang biss ihme sein gelt wirt abgelegt sein in itzigem pfacht behelten solle.
159) 1.5.1691, Rutt Croes vergl sich mit seinen stiffkinderen, Am 1 t Maij coram Schabinis Jan von Oij und Barth Euens ist ershienen scheffen Rutt Croes und hat bekant dass er sich mit seinen stiefkinderen benentlich Gerrit von Stein, Jan von Stein, Willem von Stein, Henrich von Stein, Gerrit von Stein und Hilleken von Stein wegn ihrer mutterlicher versterb vergliechen dass er sie den geheelen langacker, welcher an seiner frauen shl: ersten man Jan von Stein und Henrich Verburg am 21 8bris 1665 gerichtlich aufgetragen und er desfals Henrich Verburg aussgekauft, freij, ewig und erblich haben und besitzen sollen, gestalt er ihren obgltn: auftrachts brief wirklich ubergeben, und darbeij versprochen, die cession von Henrich Verburg und alle ubrige shrifften auss zuhendigen und nach deme Derrik von Stein shl: nachgelassene tochter Jantjen annoch unmündig, so ist verlgliechen dass gltr: Croes ihr siebendes theil an gltn langacker biss dieselbe mündig, gebrauchen, und itz tijlts kindt darvor, bisses zu seinen mündigen iharen wirt gekommen sein ehrlich auf zu er ziehen, und lesen und shcriber lasen zu lassen und auch gehants glts siebende theil diesem kinde erblich verbleiben soll.
Verder vermeld als „Henrich Verborg pfachter des H. amptmans”, te Leuth 1666, Lijst van inwoners in de Duffelt (Mehr, Kekerdom, Leuth en Niel), die hand- en spandiensten moesten verrichten voor de ambtman.
| Huwt |
Familienaam Index 2.587 Vader 5.174 Moeder 5.175
Overleden na 1680
104) 23.8.1678, Rejnir Temminck bekent h Osten 500 gl holl: shuldig, Am 23 aug: coram Dno judice Dre: Rijff et schab: Jan Holteman und Gort Kiesselman ist kommen und ershienen h Rejnir Temmink und hat recognosiirt und bekant von h postmeister Osten aufgenommen und empfangen zu haben funfhundert guld hollandisch in silbernen ducatonnen ieder ducation zu drej guld 3 sch: holl: gerechnet des wegen von der exception nichtgezahlten geldes renunciirend welche 500 gl: er mit 25 selbiger holl. gulden jahrlichs biss zur ablöse; welch beij der seits ein vier theil jahr vor dan vorshairs tag verkundiget, undt mitgleichen ducatonnen in gedachter valent wieder abgelegt werden sollen; zu verzinsen angelobt und dieselbe den zeitlichen pfechtern des hierunten bemelten unterpfandts praecise zu bezahlen und sich nachdem inhalt dieser obligation zu richten, angewiesen, auch des h creditoris quitung an statt bahren geldes von glten pfachtern an zu nehmen versprochen hat, wie nicht weiniger dessfals in 14 tagen uber den jharlichen verschreib tag glte 25 guld nicht abgestattet wurden, als dan anstatt der selben 30 gl: holl bezahlt werden, und daran dem h creditori nicht hinderlich sein solle kriegs verderb, wassershad, oder einige vorige oder kunfftige edicta der obrigkeit, welches alles recognoscirend debitor auf sich genommen und zu versicherung angeregten capitalh und interesse in genere seine persohn und seine gereide und ungereide gutere habende und kunfftige verbunden und zu parater execution aller herren höhen richtern undt gerichtern submittirt hatt, in specie aber zum wahren unterpfand stellend seine in Spaldorp kirspels Kekerdom gelegene zweij und zwantzig morgen weidelandts dar von itzo Rutt Croes, Wolter Korwinkell und wittib Verborg pfachtere sein, und hat h recognoscert in misszahlungsfall mit distraction derselben 22 morgen weide lants abg praecedenti immissione zu verfahren dem h creditort macht und gewalt gegeben cum renunciatione ommium juris beneficiorum.
115) 26.5.1680, Frank Fink bekennet der kirch zu Loot 50 gl und 27 dhl Clev. shuldig, Am 26 Maij in Loot coram schabinis Henrich Verwaijen und Henrich Stap ist erschienen Frank Fink und hat bekant von Gerrit Arnts alss kirchmeister zu Loet auss ein capital welches die wittib Henrich Verburg shl: der kirch zu Loot abgeleget creditirt und aufgenommen zu haben zweij capital summen die eine von 50 gl Clevisch undt die zweite von 27 dhl: ebenfals Clevische wehrung, welche letzte summa der itzige kirchmeister Gerrit Arnts aussgezahlet und erselbige sum zu abzahlung der frantzösishn brandshatzung angewandet, hat darbeij angelobt allsolche capital summen zum behuef gltn kirchen zu Loot gegen 5 vom hundert zu verpensioniren biss zur ablöse deren aufkundigung beijden theilen ein viertheil jhar vorhien zu thun freijstehen und die erste pension auf d ersten januarij ao 1681 fällig sein soll, stellend zum unterpfand sein zu Loot an ban=deich gelegene hoffstat mit dem darauf stehendem hause.
116) 26.5.1680, Jan von Benthum bekennet der kirch zu Loot 50 gl. shuldig, Eod in Loot coram schab: supra scriptis ist kommen und ershienen Jan von Benthum und hatt bekant von Gerrit Arndts alss kirchmeisteren zu Loot auss ein capital welches die wittib Henrich Verburg der kirch zu Loot abgelegt creditirt und aufgenommen zu haben die summa von 50 gl. Clevisher wahrung, welche zu abzahlung der frantzösisher brandshatzung angewandet hat darbeij er gelobt allsolche sum der 50 guld zum behuuf gltn kirch zu Loot gegen funf von hundert zu verpensionien biss zur ablose deren aufkundigung beijden theilen ein viertheil jhar vorhien zu thun frejstehen und die erste pension auf d 1 t januarij 1681 versheinen soll, stellend zum unterpfand alle seine gereide und ungereide güter und inspecia sein antheil in der zu Loot gelegener hofsteij, und reulung so er von seiner eltern geerbt.
116a) am 15 maij 1698 coram schab. Walrafen von Benthum und Jan Arndts hat der kirchmeister Wilhem Sondach bekent dass diese capital abgelegt und ist die cancellirte obligation verzieget.
117) 26.5.1680, Willem von Benthum bekennet der kirch zu Loot 10 gl. shuldig, Eod: anno die coram schab: supra scriptis ist kommen und ershienen Willem von Benthum und hat bekant von Gerritten Arntz alss kirchmeister in Loot, auss ein capital welches den wittib Henrich Verburg shl: die kirch zu Loot abgeleget creditiert und aufgenommen zu haben die summa von 100 gulden Clevisher wahrung, welche der selbe zu abzahlung der frantzösishen brandshatzung an gewandet hat darbeij angelobt solch capital von nun an jharlichs mit 5 selbigen guld zu verpensioniren biss zur ablöse deren auf kundigung bej den theilen ein viertheil jhar vorhien zu thun frejstehen undt die erste pension auf der 6 julij dieses 1680 t. jhars versheinen soll, stellend zum unterpfand sein achtentheil seines in Loot gelegenen landes der raetssez kamp, spikhövel, Sackkamp, Wellens hoffsteij in dorp und Cranenhofsteij am deich.
Familienaam Index 2.588 Vader 5.176 Moeder 5.177
Geboren ca. 1595
Schepen van Zyfflich in 1662 (verpachting van de landerijen van de kerk van Zyfflich 1662). Uit de pachtboeken: 22-11-1644 Jan van den Kolck de scholaster Pummenpass gepacht.
Gegevens over het gezin (eerste vier kinderen) van Jan van Kolck zijn aan de site van Guido van Benthem ontleend.
| Huwt ca. 1642 |
Familienaam Index 2.589 Vader onbekend Moeder onbekend
Overleden voor 1650
Familienaam Index 2.590 Vader 2.616 Moeder 2.617
Geboren ca. 1620
Overleden Zyfflich tussen 3-5-1698 en 19-9-1698
Bron Genealogie Verwaayen. Uit de Verpachting van de landerijen van de kerk van Zyfflich 1662: 2e Block, Den Werrisdonck; Peter Verwaejen heeft den slach voor twe en dartich daler ende heeft gehooght drie en is daer bie gebleven. Onraet een Rijxdaler. Pachtboek Zyfflich, praebenden: 5.2.1648 pacht Petrus voor 3 jaar een vacante praebende.
| Huwt ca. 1640 |
Familienaam Index 2.591 Vader onbekend Moeder onbekend
Geboren ca. 1620
Overleden Warbeyen 28-7-1711
Familienaam Index 2.616 Vader 5.232 Moeder 5.233 Tevens 5.180
Geboren rond 1578.
Gaerdt fungeert op 16 mei 1615 als Schepen van Gendt. Zijn zegel, bedekt met papieren ruit, vindt men in het archief Civiele Processen van het Hof van Gelderland,jaar 1620 II. In deze zelfde bron wordt vermeld, dat Gaerdt Verwaijen getrouwd is met Jenneken Liffers en op 6 januari 1617 te Gendt woont. Jenneken kan niet schrijven, Gaerdt is met zekerheid een boer, want hij spreekt van: "zijn ploeg, die zijn land bouwende was". Bron http://home.wxs.nl/-verwayen/pagina10.htm
| Huwt |
Familienaam Index 2.617 Vader onbekend Moeder onbekend Tevens 5.181
Geboren rond 1580.
Familienaam Index 2.620 Vader onbekend Moeder onbekend
Overleden voor 1666
Zijn vrouw als 'wittib Dahmen' in 1666 onder de gezinshoofden vermeld. Hypothese: zoon van een Daam Euwens (IJwens, Ywens). Bron Guido van Benthem in Duffeltgenealogie (7-10-2003).
Paul Bonke geeft dit echtpaar nog een zoon Ewald (Iwen, Euwen) (+Erlecom 8-5-1731), gehuwd 1709 met Lutje Dercks (Arents) (+3-3-1735) - dit lijkt mij chronologisch onjuist. De zoon Henricus (+1741) lijkt me dan helemaal uitgesloten.
De naam Euwen/Ywen komt al eerder voor. Het Verpondingscohieren Ooijse Rijk (1649): "Vrouw Euwens drie mergen drie hont, den mergen voor 20 daler, 105 gl". Wellicht is de weduwe van Henrick Euwens, die in 1596 grond in de Ooijpolder bezat. Verpondingscohieren Groesbeek (1649): "Gerrit Janss wegen t' landt van Claes Euwens groot 5 mergen opde graffweghen 15 gl, 29 gl, 10" en ook: "Gerrit Janss wonende op Claes Euwes goet, bouwt ten halven huijs en 3 mergen, 19 gl, 6, 25, Affgetagen voor t'huijs". Schatcedullen Keeken en Bimmen (v.a. 1688): hierin worden vermeld: "Claess Euwers, Arnd Euwers en Hendrich Euwers" (Bron John Vos)..
| Huwt ca. 1630 |
Familienaam Index 2.621 Vader onbekend Moeder onbekend
Overleden voor 24-6-1687
Herkomst onzeker. Mogelijk (bron in deze is het Gerichtsptotocol Leuth) is zij de (moeder van de) Anna Euwens die op 31-5-1667 een hofstad koopt van Henrich Arnts, en op 26-2-1671 een hofstad koopt in Kekerdom van Evert Croes, schepen van Kekerdom, "sampt der zu gehöriger Raij zwishen Gerhard von Harn, mit einer seit der wefer strass anderer seit Stifft Bedtburs erb, mit eijem end obgltn Annen Ewens erb am anderen end auf transportanten hofshiessend," Evert stelt diezelfde dag "sein haussgarten und brauhauss" borg voor een lening van 60 rijksdaalder die Anna van Tith Croes overneemt. Deze hofstede wordt 8-6-1673 genoemd als begrenzing van een andere, die Rith Croes koopt. Op 17-6-1697 verkoopt de weduwe van Ruth, Derrisken Verhorst, nu gehuwd met Wolter Corwinckel, de hofstede in Kekerdom, begrensd als volgt: "mit beijden seiten des Stifft Bedtburs erb mit einem ande der erbge Annen Euens und mit dem anderen ende der gemeinte".
Een Rijck vande Wiel heeft "in pacht vanden heer van Oije huijs & hoffstat met boomgaert, bouw & weijlanden omtrent 16 mergen voor. Hiertoe gehoren 91/2 roede schoordijck & voorspijck (Verpondingscohier Gendt-Erlecom 1649).
Uit dezelfde bron: Beel van Vuerden nu hertrouwt aen Rut vande Wiel met haer kint verpacht aen Craen Eijckelen een out huijs met twee mergen bouw weijde & boomgaerts landts voor. Hiertoe gehoort tot ijder mergen 2 roeden schoordijck & voorspijck.
Uit de rekeningen van het Huis Bergh, 1619/20: Item betaelt aen Derick van Arnem ende Derick vande Wiell ses ende twintich goltgulden hem op martini 1620 vuijter Gossen van Ulftts hoff verschenen, den 14ren pen. gecort blijfft xxiiij dal iiij st j ort.
Gerichtsprotocol Leuth, 10-9-1664, Am 10. 7bris hat der h richter Henrich Rijff in beijwesen schefffen Jan von Oij und Jan Holteman zu Kekerdom Evert Croes, Jan von Stein und Jan Janssen abgefragt, ob sie wusten dass der Viller von Cleve Gerrit Janssen von de wiel alhir im kirspel Kekerdom beesten abgethan, welche gezeuget wie aussder beijlage no 2 zu nasehen.
Gerechtsprotocol Leuth (143) 24.6.1687, das magescheidt zwishen d erbge wittib Dahmen wirt ad prothocollum zu legen ubergeben, d 24 t Junij in Niel coram Dno jud: Jhew et schab Kekerdommensibis Willem von Stein qui referet Jan von Oij seind ershienen Barth Euens undt Henrich von Stein und haben ersuch dass beijgehandes unteren 20 t 8bris verwaisenen 1686 t jhars zwishen ihren und ihren respee mit brüdern und schwestern alss erbge: ihrer alteren benentlich (Erven) Dahmen und Anna van de Wiell shl: aufgerichtetes erbmagesheidt zu ihrer securitat und versicherung d gerichtlichem prothocollo beijfuget werd möge welches von obgltn gerichtspersohnen also fur genehm gehalten und hierhien registriret worden.
Mogelijk zijn er meer kinderen (bron: Gerard Lemmens): Een Johanna is doopgetuige in 1680, 1691, 1692, 1695 in Kranenburg; idem Gisberta in 1680; idem Geza 1688; idem Maria 1691, 1694, 1695 idem Henricus 1693. Joanna Ywens en Henricus Jansen dopen er een kind in 1691, en een dochter in 1699 (aen de Galge Steegh, getuigen Henricus Ywens en Ida Jacobs)., Henricus Ywens jnr. en Catharina Peters, conj. in de Elsen, een dochter in 1694 en zoon in 1696; op 29 febr.1694, Henrica dochter van Theodorus Hermans en Theodora Ywens,conj. aen de Galge Steegh, getuigen Henricus Ywens snr. en Herman Ywens. Verder Anthonius Brouwers en Maria Euwens, getuigen Simon Holle en Geza Euwens, een zoon Edwardus in 1699.
Familienaam Index 2.672 Vader 5.344 Moeder 5.345
Gedoopt NG
Overleden Doornenburg? na 1671
| Huwt voor 1653 |
Familienaam Index 2.673 Vader onbekend Moeder onbekend
Gedoopt NG
Dochter van Ryxcke Wynandts?